Abonneer je nu op mijn gratis nieuwsbrief vol informatie en gezondmakende tips.
Low Back Pain
Lage RugPijn - Low Back Pain
Wat is het?
Lage rugpijn is een heel frequent voorkomende klacht. De meeste
mensen krijgen er wel eens mee te maken.
Naast de pijn valt vooral de functionele hinder op. Mensen ervaren
beperkingen in het uitvoeren van allerlei dagelijkse activiteiten.
Die pijn en beperkingen kunnen het vervullen van belangrijke sociale
taken en rollen, zowel familiaal als op het werk, ernstig in het gedrang
brengen. Waardoor mensen soms heel sterk inboeten op hun kwaliteit
van leven.
We spreken van 'gewone' lage rugpijn wanneer de pijn en beperkingen
het gevolg zijn van een 'gewone' aandoening van de weefsels en
structuren van de lage rug.
Wat hoort niet thuis bij de categorie gewone lage rugpijn?
Rugaandoeningen die te wijten zijn aan een ernstige, potentieel levensbedreigende ziekte (vb. tumor,
metastase, ..), aan een systeemziekte (vb. reumatische artritis) of aan één of andere zeldzame ziekte
(vb. infectieziekte van de wervelkolom) worden niet tot de categorie 'gewone lage rugpijn' gerekend.
Sommige aandoeningen van de buikorganen (vb. van de nieren, darmen, ..) kunnen uitstralende pijn naar
de rug geven. De pijn komt dan niet van een aandoening van de weefsels of structuren van de rug zelf en
hoort daarom evenmin thuis bij de vormen van gewone lage rugpijn.
Wat behoort wel tot de categorie gewone lage rugpijn?
Bj gewone lage rugpijn gaat het over lokale en niet levensbedreigende aandoeningen van de dragende
en/of verbindende weefsels en structuren van de wervelkolom.
Hiertoe behoren:
- de wervellichamen
- het discus intervertebralis complex (de verbinding tussen de wervellichamen)
- de gewrichtsbanden (ligamenten) tussen de werveluitsteeksels
- de facetgewrichten en hun gewrichtsbanden (ligamenten)
- het losmazige en vliesvormige (fasia-vormige) bindweefsel
- de spieren die zich rond de wervelkolom bevinden
Het Discus InterVertebralis (DIV) complex
In de meeste gevallen is lage rugpijn (mee) toe te schrijven aan een 'verrekking' of soms een gedeeltelijke
'inscheuring' van het discus intervertebralis complex en/of van de gewrichtsbanden of ligamenten tussen
de werveluitsteeksels.
Het discus intervertebralis complex of tussenwervelschijf complex is veel meer dan zomaar een 'schijf'
die zich als een soort afzonderijke structuur tussen de wervels bevindt. De tussenwervelschijf is
vooreerst zowel boven- als onderaan stevig verankerd in de wervellichamen. Ook zit die discus rondom
gevat binnen het stevige beenvlies dat een soort doorlopende buis vormt rond zowel de wervellichamen
als de tussenwervelschijven.
Bovendien is de tussenwervelschijf functioneel niet los te zien van de achterste wervelgewrichtjes
(facetgewrichten), de achterste gewrichtsbanden (de ligamenten tussen de doornuitsteeksels) en
de verschillende spieren en bindweefselvliezen rond de wervelkolom.
De tussenwervelschijf is niet aleen een belangrijke, maar ook een heel complexe, bindweefselstructuur.
En vereist vaak specifieke zorg om goed te kunnen genezen en herstellen van een eventuele verrekking
of gedeeltelijke inscheuring. Daarom is wat meer uitleg en toelichting op zijn plaats.
Bouw van het tussenwervelschijf of discus intervertebralis complex
De tussenwervelschijf is nog het best op te vatten als een dikke, complex gebouwde gewrichtsband
tussen twee aanliggende wervellichamen. De buitenzijde vormt een soort dikke ring: de anulus. Die
ring telt van buiten naar binnen toe 10 tot 12 verschillende lagen, een beetje vergelijkbaar met de
schillen van een ui.
In die lagen bevinden zich sterke vezels de gemaakt zijn om trekkrachten op te vangen:
de collageenvezels. Bovendien lopen die vezels in de opeenvolgende lagen kruisgewijs ten opzichte
van elkaar, zodat de anulus in zijn geheel ook goed in staat is om wringkrachten op te vangen.
In het midden van de tussenwervelschijf bevindt zich een kern van min of meer vloeibaar kraakbeen:
de nucleus. Die nucleus wordt langs boven en langs onder begrensd door een kraakbenige schijf: de
sluitplaat. Die sluitplaat is min of meer te vergelijken met het kraakbeenoppervlak van andere gewrichten
in het lichaam (vb. heup of knie).
Tot slot zit de tussenwervelschijf in haar geheel ook 'gevangen' in het beenvlies of periost.
Dit beenvlies vormt een stevig buisvormig omhulsel dan ook de wervellichamen omvat.
Letsel en herstel van het Discus InterVertebralis (DIV) complex
Net zoals elke andere gewrichtsband in het lichaam is de tussenwervelschijf vatbaar voor verrekking
en scheurvorming. Zulk een verrekking of scheurvorming ontstaat soms 'plots' tijdens een ongecon-
troleerde beweging of gebeurtenis. Vaak evenwel ontstaat zoiets geleidelijk als gevolg van een gradueel
toenemende weefselmoeheid, te vergelijken met 'metaalmoeheid' (of andere vormen van materiaal-
moeheid).
Toenemende materiaalmoeheid en geleidelijke verrekking, al dan niet gepaard gaand met scheurvorming,
kan bij een tussenwervelschijf lange tijd onopgemerkt blijven. Dit heeft te maken met het feit dat
slechts de buitenste lagen van de anulus voorzien zijn van gevoelszenuwen en bloedvaatjes. De
binnenste lagen en de anulus zijn dit niet, zodat wat daar gebeurt niet direct via zenuwprikkeling
kan worden waargenomen.
Van zodra het letsel evenwel de buitenste lagen bereikt (bij een scheurvorming van binnen naar buiten
toe) of de buitenste lagen direct van buitenaf worden verrekt of ingescheurd, zal dit door het zenuw-
stelsel aan het organisme worden meegedeeld. En zal er een 'pijnreactie' ontstaan.
EERSTE GENEES- en HERSTELFASE
Bovendien zal het organisme in antwoord op de vastgestelde weefselschade onmiddellijk een
ontstekingsreactie opstarten. Die reactie is normaal en noodzakelijk: ze helpt om het kapotte weefsel-
materiaal op te ruimen. Dit maakt de ontstekingreactie meteen ook tot de eerste fase in het genees-
en herstelproces van de discus intervertebralis.
TWEEDE GENEES- en HERSTELFASE
Daarna zorgen vrijgekomen groeifactoren er voor dat er zich nieuw bindweefsel gaat vormen zodat de
schade (de 'scheur') wordt hersteld. Een tweede fase in het genees- en herstelproces bestaat dus
hoofdzakelijk uit het aanmaken van nieuw weefselmateriaal.
Aanvankelijk is het nieuwe weefsel nog vrij ongestructureerd en instabiel. Waardoor het gemakkelijk
opnieuw wordt beschadigd, en de ontstekingsreactie terug in hevigheid zal toenemen. Anderzijds heeft
het nog jonge nieuw gevormde bindweefsel nood aan gedoseerde trekkrachten, die bovendien in
de juiste richting dienen plaats te vinden. Die zullen er voor zorgen dat de verschillende nieuw
gevormde collageenvezels (bindweefselvezels) op een goede, trekvaste, manier worden gerangschikt.
Zodat het weefsel -en dus de rug- opnieuw stevig wordt.
Helaas loopt het juist in deze tweede fase, die reeds begint enkele dagen na het optreden van de
schade, vaak verkeerd. De rug wordt of te weinig, of te veel, of onjuist belast waardoor slecht herstel
optreedt. En zo ook het risico toeneemt op het ontstaan van een hernia.
Een hernia is het gevolg van een slecht genezende scheur. Dit blijkt ook heel duidelijk uit onderzoek.
Bij een hernia bestaat het uitgestulpte materiaal hoofdzakelijk uit nieuw gevormd anulus-materiaal
dat afkomstig is vanuit het wondgebied van de tussenwervelschijf. Het gaat dus helemaal niet om
gezond nucleus-materiaal dat door de scheur in de anulus naar buiten komt, zoals vroeger ten onrechte
werd aangenomen en nu nog steeds zo wordt voorgesteld op vele tekeningen en plaatjes.
Het goede nieuws is dat -mits de juiste zelfzorg en medisch-therapeutische ondersteuning- een verrekking
of inscheuring van de tussenwervelschijf en zelfs een hernia, goed kunnen genezen. Op voorwaarde dat het
lichaam daartoe de kans krijgt en er door verkeerde of overbelasting niet telkens weer nieuwe beschadiging
optreedt.
Om verkeerde of overbelasting, en de herbeschadiging die er het gevolg van is, te vermijden, is het
aan te raden reeds vroeg na het optreden van lage rugpijn een beroep te doen op gespecialiseerde
kinesitherapeutische behandeling en begeleiding. Naast een adequaat herstelgedrag zullen
gedoseerde, lokaal aankomende en specifiek gerichte oefeningen helpen om de tussenwervelschijf weer
gezond en sterk te maken. Zulke oefentherapie wordt aangeduid als Disc Stability Training.
Essentieel is dat geoefend wordt ONDER de belastbaarheidgrens! We hebben immers te maken met
weefsel dat nog kwetsbaar is, maar wel 'zachte' en 'precieze' prikkels nodig heeft om geleidelijk aan
verder te groeien en zich tot een functioneel gezond, normaal beweeglijk en sterk weefsel te ontwikkelen.
Dit is helaas niet zo vanzelfsprekend. Het is waar dat de meeste rugklachten ook wel zonder 'gerichte'
beweegoefeningen 'genezen'. Maar door de vaak ongunstige vezelschikking binnen het herstelde weefsel
blijft er vaak een zeker bewegingsverlies over. Hierdoor gaan mensen elders in het lichaam overmatig
bewegen om dit tekort te compenseren. Tegelijkertijd blijft de plaats van het oorspronkelijke letsel
verhoogd kwetsbaar voor nieuwe beschadiging en worden veel mensen herhaaldelijk geconfronteerd
met terugkerende opstoten van rugpijn en functionele hinder.
DERDE GENEES- en HERSTELFASE
Van zodra de collageenvezels goed gerangschikt komen te liggen en herbeschadiging uitblijft, zal het
organisme zich 'bevestigd weten' in de juistheid van het aan de gang zijnde genees- en herstelproces.
Zodat het die verschillende vezels stevig aan elkaar zal gaan verankeren en er een werkelijk stevig en
functioneel herstelweefsel ontstaat. Tijdens dit proces speelt vitamine C een belangrijke rol.
In deze fase is het progressief trainen van heel de rug van essentieel belang. Daarbij gaat het zowel
om het trainen van de wervelkolom met haar verschillende tussenwervelschijven als om het trainen
van de spierkracht, -lenigheid en -uithouding. Soms is het nodig specifiek te oefenen op de neuro-
musculaire stabilisatie (CST of Core Stability Training) en correcte beweegpatronen (MPT of
Movement Pattern Training).
VIERDE GENEES- en HERSTELFASE
Na een optimale genezing en herstel komt het nieuw gevormde weefsel in een 'rijpingsfase'. Dit betekent
feitelijk dat het weefsel gedurende de eerstvolgende 6 tot 36 maanden geleidelijk aan nog stabieler en
steviger gaat worden. Blijven oefenen, vooral van die spieren en bewegingen die tijdens het gewone
dagelijkse gezins-, sport- en arbeidsleven niet of weinig aan bod komen, is dan belangrijk. Alsook het
soepel en lenig houden van die spieren en gewrichten die wel vaak gebruikt en belast worden.
Belangrijke factoren bij genezing en herstel
Niet iedereen geneest en herstelt in hetzelfde tempo. Verschillende factoren kunnen het natuurlijke
genees- en herstelbeloop beïnvloeden. Een aantal daarvan vallen onder de directe controle van het
individu: daar kunt u dus zelf wel degelijk iets aan doen.
Andere zijn niet zo direct te beïnvloeden, maar het is goed dat u ervan op de hoogte bent en er
rekening mee houdt.
1. Erfelijke 'stoornissen' in de collageen-aanmaak
In sommige families komen vaak mensen voor die heel tot uitermate soepel zijn in hun gewrichten.
Vaak wijst dit op een wat tragere en minder uitgesproken aanmaak van nieuw collageen.
Hierdoor kan het langer duren voor de rug weer sterk wordt. Geduld en heel voorzichtig en geleidelijk
aan meer gaan belasten is dan de boodschap.
In andere families komen dan weer vaak mensen voor die heel stijve gewrichten hebben, of
blijven er zelfs na kleine oppervlakkige verwondingen achteraf duidelijk zichtbare littekens achter.
Dit kan wijzen op een te sterke en overdreven collageenaanmaak. Wat kan leiden tot een sterk
bewegingsverlies. Om zulke overdreven collageenaanmaak af te remmen is het uitermate belangrijk
de natuurlijke ontstekingsreactie voldoende te beperken door middel van een vaak wat hogere
dosis en langer volgehouden inname van ontstekingsremmers.
2. De kraakbeenschijf van het DIV-complex is mee gekwetst
Afhankelijk van de studie in kwestie blijkt bij zowat 19 tot 46 % van de patiënten met 'gewone'
lage rugpijn ook de kraakbenige sluitplaat (kraakbeenschijf van de discus intervertebralis) betrokken
te zijn in de kwetsuur. Barstjes in die sluitplaat geven dan aanleiding tot een meer uitgebreide
ontstekingsreactie die leidt tot zogenaamde Modic veranderingen en waarbij ook het bot van het
wervellichaam wordt aangetast. Die Modic veranderingen, genoemd naar Dr. Michael T. Modic die
daar reeds in 1988 over publiceerde, zijn goed te zien op MRI (Magnetic Resonance Images).
De beste behandeling bestaat uit een antibiotica-kuur gedurende 90 dagen in combinatie met een
zorgzaam ruggebruik (mechanische belasting reduceren) en een zeer langzame en behoedzame
heropbouw van de normale functionaliteit. Ook het vermijden van roken, al dan niet aangevuld
met supplementaire inname van anti-oxidantia, blijkt een belangrijke rol te spelen bij de genezing.
3. Chronische (langdurige) stress
Langdurige of chronische stress is een in de eerste plaats lichamelijke problematiek. Doordat het
lichaam zich langdurig in een toestand van inspanningsfysiologie bevindt, en daar niet voldoende
herstelrust tegenover staat, wordt de gezondheid stelselmatig verder ondermijnd. Niet alleen gaat
daarbij de kwaliteit van de verschillende lichaamsweefsels achteruit, er stapelt zich ook progressief
een energietekort op én vooral ook: het lichaamseigen herstelvermogen neemt af.
Die verzwakking van het lichaamseigen herstelvermogen maakt dat ook rugletsels minder snel
en moeizamer zullen genezen en herstellen. In zulke gevallen dient eerst de stressproblematiek te
worden aangepakt. Zodat het lichaam (en de rug) opnieuw kansen tot genezing en herstel krijgt.
4. Een tekort schietend herstelgedrag van de patiënt
Pijn is altijd een signaal vna het lichaam dat het de actieve hulp van de persoon in kwestie nodig
heeft om tot optimale genezing en herstel te komen. Dit betekent dat de patiënt - als persoon
met een gezondheidsprobleem - gepast herstelgedrag dient te vertonen.
Het kunnen vertonen van gepast herstelgedrag vereist natuurlijk dat de patiënt weet wat hij kan
doen om genezing en herstel te bevorderen en wat hij (tijdelijk) dient te vermijden om een vlotte
genezing en herstel niet te belemmeren. De patiënt moet ook weten hoe hij datgene wat er hem/haar
te doen of te laten staat het best kan verwezenlijken. Bij lage rugpijn is dit niet altijd zo eenvoudig
te achterhalen. Een ter zake gespecialiseerde therapeut kan u helpen een grondige belastings- en
risicoanalyse uit te voeren en u op basis van deze bevindingen een gefundeerd advies geven.
Een aantal belangrijke aspecten van een adequaat herstelgedrag zijn:
> In de acute fase zorgen dat het gekwetste ruggebied voldoende rust krijgt. Naast het vermijden
van 'zware' arbeid, betekent dit vaak het vemijden van statische belasting vb. langdurig zitten in
een ongunstige houding; maar anderzijds ook zorgen voor voldoende maar rugveilige beweging.
> Zorgen voor een gezonde (anti-inflammatoire) voeding: vet- en vleesrijke voeding vermijden,
voldoende groenten en fruit, voldoende 'trage' suikers (koolhydraten), plus: veel water drinken.
> Voldoende aandacht geven aan een goed adempatroon, daarbij gebruik maken van alle ribben
bij de inademahling én vooral ook bij de uitademhaling.
> Een goede pijncontrole en zo nodig ook van de ontstekingsreactie: medicatie nemen zoals het
hoort en zolang het hoort (soms ook antibiotica vb. bij Modic veranderingen).
> Tijdig starten met gedoseerde, lokaal aankomende 'zachte ' bewegingen. Vraag bij voorkeur
begeleiding van uw kinesitherapeut.
Opgemaakt 17 juni 2010
OPMERKING
Deze tekst is louter informatief. Bij het opmaken van de tekst is ernaar gestreefd de wetenschappelijke
juistheid en medisch-therapeutische evidentie zo goed mogelijk te respecteren. De toepasbaarheid van medische informatie en gegevens is altijd afhankelijk van de specifieke aard van een casus.
De bezoeker blijft zelf volledig aansprakelijk voor het gebruik dat hij maakt van de gegevens.
Bij persoonlijke gezondheidsproblemen is het altijd aan te raden het professionele advies in te winnen van uw huisarts.